Onder het bewuste

weblog over het onbewuste
  • Home
  • Artikelen
  • Achtergrond

  • "Brilliancy" en de vader

    Zoals ik eerder schreef, wordt “Brilliancy” in de Diamond Approach gezien als een soort algemene intelligentie. Een intelligentie die over alle “Essentiële” aspecten van de psyche zou gaan. Daar heb ik zo mijn twijfels over.

    Vader en intelligentie

    In zijn boek hierover schrijft A.H. Almaas dat het doorwerken van issues over het missen van je vader leidt tot dit Essentiële aspect. Toen ik naar aanleiding van wat ik hierover las zelf issues rond mijn vader verwerkte, had ik behoorlijk intense ervaringen hiervan. Ik ging duidelijk meer detail en kleur zien. Die ervaringen waren voor mij destijds reden het voor waar aan te nemen, wat Almaas over vader-issues schreef.

    Echter, ook destijds al viel het me op dat er iets bij mij anders zat. Almaas verklaart de connectie met Brilliancy er o.a. mee, dat mensen hun vader met “intelligentie” zouden associëren (als kind). Ik geloof niet dat ik dat deed. Mijn vader wist misschien dingen die ik als klein kind niet wist, maar dat voelde ik niet als een uiting van intelligentie van hem. Mijn moeder wist ook dingen die ik nog niet wist en misschien wel meer als mijn vader.

    Wèl de vader, niet de moeder?

    Recent ontdekte ik, dat ook issues rond me afhankelijk voelen van mijn ouders, en vooral van mijn moeder, na verwerken tot die staat van Brilliancy leidden. Dat is niet iets wat in Almaas’ boek staat.

    Ik ben me toen gaan afvragen waarom hij wel de vader, maar niet de moeder noemt, met betrekking tot dit aspect. Ik herinnerde me toen dat tijdens de retreat over Brilliancy het onderwerp “vader” overgeslagen werd. Nu was de senior teacher, die de onderwerpen bepaalde, een vrouw. Speculerend zou ik me voor kunnen stellen dat zij dit associëren van de vader met intelligentie, maar niet de moeder, als seksistisch zou hebben kunnen zien en het daarom niet behandelde.

    Nu komt Almaas (echte naam Hameed Ali) oorspronkelijk uit Koeweit. Dat is een islamitisch land, waar je kunt verwachten dat men, zeker in de tijd van Almaas’ jeugd, mannen als superieur aan vrouwen zag, bijvoorbeeld in het opzicht van intelligentie. Bij het verwerken van gevoelens gaat het erom wat iemand zelf voor visie heeft en niet zozeer wat objectief waar is. Dus het zou kunnen dat het voor Almaas zelf zo werkte. Echter, zoals ik eerder al schreef, associeer ik mijn vader niet met intelligentie, terwijl het verwerken van de betreffende issues wèl tot die staat van Brilliancy leidde. Ik denk dat er wat anders aan de hand is.

    Onderscheidingsvermogen

    Ik denk dat de “Brilliancy” van de Diamond Approach in feite geen algemene intelligentie is, maar daar alleen op lijkt. Ik ben destijds intensief bezig geweest met het boek van Almaas hierover, en heb van al de in het boek genoemde thema’s issues van mezelf doorgewerkt. Ik heb wat van die ervaringen ook met mijn private teacher van toen besproken. Daarom ben ik er vrij zeker van dat het daadwerkelijk “Brilliancy” was dat ik vele malen ervaren heb. Die staat was er altijd één van meer detail zien, meer verschillende kleuren onderscheiden en meer gemak met het verdragen van omstandigheden. Ik interpreteerde het gevoel ook als intelligentie.

    Maar intelligentie omvat bijvoorbeeld ook een toegenomen vermogen tot begrijpen en van inzicht in situaties. Dat heb ik niet werkelijk zo ervaren. Zo algemeen in de psyche is die intelligentie van Brilliancy niet, die voelt vrij specifiek aan. Ik zou het liever omschrijven als een vermogen tot onderscheiden. Meer details en meer veschillende kleuren onderscheiden in het visuele vlak. Minder onder de indruk zijn van situaties doordat je er meer aspecten van ziet. Een helderder geest door dat grotere onderscheidingsvermogen. Maar niet meer begrip of inzicht, of compassie bijvoorbeeld, anders dan gebaseerd op dat vergrote onderscheidend vermogen.

    Belangrijkheid en onbelangrijkheid

    Bij het verwerken van issues rond het missen van de vader gaat het, naar mijn idee, niet om intelligentie. Ik denk dat het om belangrijkheid en onbelangrijkheid gaat. Over waar je veel aandacht aan besteed en aan wat weinig. Die hoeveelheid aandacht is gerelateerd aan de hoeveelheid onderscheidend vermogen. Als je als kind je vader als belangrijk ervaart in het gezin, zal het niet aanwezig zijn van die belangrijke vader gevolgen hebben voor hoeveel aandacht je aan de actuele situatie besteedt. Die zal minder zijn dan wanneer dat niet zo’n issue voor je zou zijn.

    Dit speelt ook bij het beschermen door de vader, zoals Almaas dat als vader-issue ziet bij Brilliancy. Als er een acute bedreiging is, is dat beschermen heel belangrijk. Daar gaat veel aandacht naar uit, net zoals naar de dreiging zelf. Wanneer dat beschermen de vorm aanneemt van bewaken, dan is er ook een issue rond belangrijkheid en onbelangrijkheid. Als je bewaakt, dan besteedt je aandacht aan veel dingen die onbelangrijk zijn, omdat daar mogelijk een belangrijke bedreiging op kan duiken. Daar is een conflict tussen belangrijk en onbelangrijk.

    Ook bij andere issues die Almaas noemt, zoals een gevoel van incompleetheid, of bij bewonderen, is er naar mijn idee sprake van issues rond belangrijkheid en onbelangrijkheid. Zoals gezegd leidt het verwerken van die issues tot een gevoel van een groter onderscheidingsvermogen, wat het meest opvalt. Ook ontstaat er een verbeterde inschatting van wat belangrijk voor je is en wat niet.